Verslag vergadering Adviesraad Sociaal Domein Goeree-Overflakkee d.d. 11 september 2018

1.Opening

De eerste vergadering na het zomerreces wordt geopend om 19.30 uur met een hartelijk welkom aan de adviesraadleden, de gastsprekers en gasten op de publieke tribune.

2.Presentatie

Praktijkonderwijs op Goeree-Overflakkee

De heer André Vink geeft een presentatie over het praktijkonderwijs en de toeleiding van het onderwijs naar werk. Op de PM worden alle niveaus van voortgezet onderwijs aangeboden, waaronder praktijkonderwijs. Praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen uit de hele regio. Ze hebben een toelatingsverklaring (indicatie) nodig, die via het samenwerkingsverband te verkrijgen is. De leerlingen hebben een IQ tussen 50-80 en vaak gedragsstoornissen zoals ADHD en autisme. Het onderwijs is primair gericht op uitstroom naar de arbeidsmarkt, enkele leerlingen stromen door naar een hoger onderwijsniveau. In de onderbouw worden praktijksituaties gesimuleerd, daarna wordt vooral geoefend in echte bedrijven. Het onderwijs is competentiegericht en leerlingen leren goede werknemersvaardigheden. In het praktijkonderwijs worden de thema’s wonen, werken, vrije tijd en burgerschap aangeboden.

In de onderbouw moeten de leerlingen zichzelf leren ontdekken. In praktijklokalen wordt gewerkt aan opdrachten. Via een carrousel doorlopen de leerlingen werkzaamheden in allerlei sectoren om te leren waar hun interesse ligt. In de middenfase gaan leerlingen één dag per week stagelopen in een sector naar keuze. Op de andere dagen gaan ze naar een praktijklocatie. Ze kunnen een certificaat behalen voor de kennis die zij opdoen, ook als ze het vmbo-niveau niet halen. Met 16 jaar gaan ze twee dagen per week stagelopen en met 17-18 jaar krijgen ze een plaatsingsstage. Dan moet de potentiële werkgever aangeven of hij tot een arbeidscontract wil komen. Bovendien wordt een entree-opleiding (mbo niveau-1) aangeboden aan circa tien leerlingen per jaar. Sommigen van hen stromen uit en gaan mbo niveau-2 volgen.

Belangrijk is dat ouders/verzorgers en school op één lijn zitten, bijvoorbeeld qua verwacht niveau van de leerling. De PM biedt maatwerk: elke leerling heeft zijn eigen ontwikkelplan. Leerlingen stromen uit op 17 of 18 jaar. Ze krijgen allen een stage aangeboden met kans op werk. Om de leerlingen goed te plaatsen, moet tijdig overlegd worden met de gemeenten en St. MEE. Bij gemeente Goeree-Overflakkee is er nauw contact met de accountmanager, zodat duurzame arbeidsplaatsen kunnen worden gecreëerd. De gemeente wordt door de PM met de potentiële werkgever in contact gebracht. Tijdens de stageperiode wordt een jobcoach ingeschakeld die de leerling na uitstroom blijft coachen. De gemeente kan die tijdens de stage al inzetten, iets wat Goeree-Overflakkee goed oppakt. Om voor ondersteuning in aanmerking te komen vanuit de Participatiewet, moet een doelgroepverklaring of indicatie aangevraagd worden en moet de loonwaardemeting worden uitgevoerd. De gemeente heeft momenteel geen personeel in dienst die deze meting kan uitvoeren en moet dit daarom uitbesteden, wat helaas niet goed loopt. Leerlingen wachten daarom al heel lang voordat zij aan het werk kunnen.

Na uitstroom kan een leerling:

De PM zorgt na uitstroom voor de overdracht naar gemeente en werkgever, blijft vraagbaak en biedt zijn netwerk aan. De school moet de uitstroom inzichtelijk maken met de uitstroommonitor. Hiervoor worden elke twee jaar oud-leerlingen gebeld om te vragen wat voor werk ze doen en of ze extra opleidingen hebben gevolgd. Ook is er een terugkomavond voor de uitgestroomde leerlingen.

Vragen vanuit de adviesraad

Gevraagd wordt of samenwerking met Bureau Leerplicht mogelijk is om de thuiszitters aan te pakken. Volgens André Vink is dat geen optie omdat Bureau Leerplicht zich richt op leerlingen die nog een startkwalificatie moeten halen. Dat geldt niet voor PrO-leerlingen, want zij halen nooit een startkwalificatie.

Op de vraag hoe de monitoring van de leerling verloopt, antwoordt André Vink dat hij een standaardvragenlijst hanteert, maar soms ook met ouders en/of werkgever belt. Het is niet de bedoeling om de casus weer op te pakken, maar om deze op de juiste plaats neer te leggen.

Gevraagd wordt welke verbindingen de school zoekt met jeugdhulp en jeugdzorg. Greet antwoordt dat zij deze verbindingen legt als mentor op de PM. Het is afhankelijk van de leerling en thuissituatie. Als er een hulpvraag is, gaat ze daar niet zelf mee aan de slag, maar verwijst ze door naar een geschikte instantie. Soms moeten leerlingen ook zelf ervaren dat bepaalde dingen niet lukken. Daar is ook ruimte voor.

Stichting MEE

Peter van der Burg is arbeidsconsulent bij Stichting MEE Plus op Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten. MEE is een organisatie voor mensen die vastlopen in de samenleving en op eigen kracht niet verder kunnen. Het is voortgekomen uit de sociaalpedagogische dienst, SPD. MEE richt zich op mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, autisme, niet-aangeboren hersenletsel, psychische problemen, chronisch ziekten. MEE werkt voor mensen in alle levensfasen en op verschillende gebieden (opvoeden/leren en werken/wonen/geldzaken).

De organisatie werkt nauw samen met het praktijkonderwijs. Als voor leerlingen indicaties voor Beschut Werken of een garantiebaan worden aangevraagd ondersteunt MEE de leerling. MEE helpt bij het maken van keuzes, kijkt naar de mogelijkheden van mensen en stelt samen met de klant en zijn netwerk een ondersteuningsplan op. 

MEE Arbeid coacht cliënten om een sociaal netwerk op te bouwen. Dit biedt een duurzame oplossing: men is minder afhankelijk van professionele hulp en heeft meer regie over het eigen leven. Indien nodig wordt professionele hulp geleverd. Eerst wordt de hulpvraag besproken, vervolgens wordt naar de mogelijkheden van de cliënt gekeken en ondersteuning geboden om dit te bereiken.

MEE doet ook aan diagnostiek. Voor arbeid wordt de MELBA/IDA methode toegepast om arbeidscapaciteiten van mensen te onderzoeken, om gericht advies over passend werk te geven. Ook wordt onderzoek gedaan naar arbeidsinteresse, begeleidingsbehoefte en IQ.

Bij het leerlingenuitstroomoverleg van de PM zitten gemeente, UWV en MEE bij elkaar om de overstap van school naar werk soepel te laten verlopen. Wel merkt men dat de duurzaamheid van de uitstroom beter kan, want nu komen leerlingen na een jaarcontract soms alsnog thuis te zitten. Met de toekomstcoach wil MEE deze situatie verbeteren door de jongeren van 16-23 jaar één tot drie jaar te coachen.

De integrale arbeidscoach is ook nieuw. MEE leidt mensen op als jobcoach. Deze maakt de capaciteiten van een werknemer en het aangeboden takenpakket inzichtelijk, stelt een plan van aanpak op en blijft inzetbaar als er wijzigingen in het werk zijn. Een jobcoach is beschikbaar voor de werknemer én werkgever.

Vragen vanuit de adviesraad

Op de vraag hoe mensen bij St. MEE terechtkomen, antwoordt Peter van der Burg dat zij zich zelf kunnen aanmelden of worden doorverwezen door een huisarts, ggz-instelling, ouders of iemand anders uit het netwerk. De hulp is vrijwillig.

Gevraagd wordt wat er gebeurt als mensen hulp nodig hebben, maar geen hulp willen. Peter van der Burg antwoordt dat in een enkel geval wordt overwogen om bemoeizorg in te schakelen, als MEE ernstige signalen ontvangt.

De voorzitter dankt beide sprekers hartelijk.

3.Vaststelling agenda

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.Mededelingen

Diana de Nuij en Conny v.d. Boogert zijn verhinderd.

5.Advies beleidsregels bestuurlijke boete en terugvordering en invordering, verhaal en krediethypotheek i.h.k.v. de Participatiewet, IOAW en IOAZ

Mevrouw Kosse, beleidsadviseur maatschappelijke zaken, geeft een toelichting op de beleidsregels. Gemeente Goeree-Overflakkee had tot nu toe geen boetebeleid, maar voerde slechts de Fraudewet uit. Deze wet was echter zeer strikt, waardoor bij een kleine misstap al een boete werd opgelegd. Er was behoefte aan beleidsregels voor het rechtvaardig opleggen van boetes, waarbij hoor en wederhoor wordt toegepast en gekeken wordt naar alle feiten en omstandigheden. Fraude maakt de sociale zekerheid onbetaalbaar en moet dus tegengegaan worden. Belangrijk is dat helder is voor de cliënt wanneer een waarschuwing wordt gegeven en wanneer een boete wordt opgelegd. De gemeente heeft een boetebeleid opgesteld, gebaseerd op het boetebesluit 2013, de Fraudewet en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep.

Vragen vanuit de adviesraad

Op de vraag waar een cliënt bezwaar kan aantekenen als de gemeente tot het oordeel komt dat een bedrag moet worden terugbetaald, antwoordt mevrouw Kosse dat een cliënt altijd bezwaar kan indienen bij de gemeente. Dat hoort echter niet thuis in de beleidsregels. De gemeente wil de cliënt centraal zetten en alleen optreden indien nodig. Niemand is immers gebaat met fraude, ook de cliënt niet.

De adviesraad merkt op dat er nog verschillende spel- en taalfouten in de tekst staat, waardoor soms niet duidelijk is wat er wordt bedoeld. Ook in de bedragen in de handleiding lijken fouten te zitten.

Gevraagd wordt of er bij het opleggen van een boete rekening wordt gehouden met indexatie. Volgens mevrouw Kosse is dat het geval. Verder wordt rekening gehouden met de beslagvrije voet, die 90% van de bijstandsnorm is.

Gevraagd wordt hoe de gemeente omgaat met recidive, want als een cliënt meerdere boetes opgelegd krijgt, kan hij zijn schuld nooit helemaal betalen. Mevrouw Kosse antwoordt dat bij recidive het nieuwe bedrag ook weer teruggevorderd moet worden. Een cliënt die een hoge schuld heeft opgebouwd door een terugvordering, moet drie jaar aaneen aflossen. Daarna is kwijtschelding mogelijk. Bij fraude wordt het bedrag pas na zeven jaar kwijtgescholden.

Het lijkt logisch om bij fraude geld terug te vorderen, maar er zijn ook veel mensen met een licht verstandelijke beperking die het moeilijk vinden om aan de regels te voldoen en daardoor schulden opbouwen. Is het verwijtbaar als iemand de regels niet begrijpt? De adviesraad vraagt hoe de gemeente hiermee omgaat. Mevrouw Kosse legt uit dat de gemeente altijd een gesprek met de cliënt voert. De klantmanager moet een goede inschatting maken van de verstandelijke vermogens van de cliënt.

6.Pilot inzake doelgroep Wmo en onderkant Beschut Werk

Mevrouw Spruijt licht de pilot toe waarin wordt onderzocht hoe daginvulling kan worden geboden aan mensen die tussen de Participatiewet en de Wmo vallen. In maart is de gemeente begonnen met de pilot bij tuinderij Bevelanden en Webego. 

Met Gemiva, Pameijer, Webego, Zuidwester en Goed voor Goed is de doelgroep gedefinieerd: mensen van Goeree-Overflakkee die vier uur per dag, minimaal een uur achter elkaar werkzaamheden kunnen verrichten. Bij de tuinderij is inmiddels een 0-meting en een 1-meting uitgevoerd. De deelnemers zijn tevreden en blij, voelen dat ze ertoe doen, en vinden hun werk een waardevolle dagbesteding. De begeleiding op de tuinderij door Pameijer verloopt goed. Er werken vijf cliënten bij de tuinderij en twee bij Webego. Overwogen wordt om een carrousel van diverse werkzaamheden te maken, zodat mensen kunnen wisselen om ervaring op te doen.

Het doel is om mensen uit de dagbesteding te halen en door te geleiden naar Beschut Werken. De zorg moet hiervoor meer uitgaan van de mogelijkheden en mensen aanspreken op hun kracht. Zorginstellingen dachten lang dat cliënten allerlei dingen niet konden en de gemeente kende haar cliënten niet goed genoeg. Het gaat nu al beter, maar de gemeente vraagt iets anders van de zorginstellingen: eerst was het “zorgen voor”, maar nu is het “coachen van cliënten”.

Vragen vanuit de adviesraad

Gevraagd wordt wat het uitgangspunt/doel van de pilot was: de cliënt optimaal helpen of een betere samenwerking tussen Wmo en PW? Mevrouw Spruijt antwoordt dat de opdracht was om iets te ontwikkelen voor de overlappende doelgroep, gebruikmakend van bestaande activiteiten die passen bij de leefwereld van de doelgroep. Hiervoor is een andere aanpak nodig. Men moet namelijk goed kijken wat iemand kan en wil. De adviesraad adviseert om ook een groep die niet meedoet aan de pilot in de meting op te nemen. Door beide groepen met elkaar te vergelijken, kan aangetoond worden of de pilot werkt. Dat maakt de onderbouwing sterker. De adviesraad adviseert om de uitkomsten van de pilot niet te gebruiken om mensen over te hevelen van de Wmo naar de Participatiewet. Beter is het om vanuit de Wmo betere dagbesteding aan te bieden.

De pilot bevat zeven personen. Gevraagd wordt of dat genoeg is voor een gedegen onderzoek. Mevrouw Spruijt denkt van wel. Meer deelnemers waren er niet. Door het enthousiasme van de huidige deelnemers verwacht ze dat er meer gaan meedoen. Vooral de zorgverleners zien nu hoe het werkt en kennen ongetwijfeld meer mensen voor wie het project geschikt is. De pilot loopt tot eind oktober.

Gevraagd wordt of bedrijven belangstelling hebben om zich aan te sluiten bij het project. Mevrouw Spruijt erkent dat het een groeiproces is. Na de pilot komt er een rapport, waarvan dit een aspect zal zijn: hoe krijg je maatschappelijke ondernemers zover om mee te werken? Om ervoor te zorgen dat ondernemers weten dat ze kunnen deelnemen, gaat de gemeente verschillende instrumenten inzetten, zoals een mix-n-match bijeenkomst en speeddating.

Een gast op de publieke tribune noemt het een mooi initiatief, maar het lijkt erop dat mensen sterk gestimuleerd worden om mee te doen en dat daarbij vooral naar de prestatie wordt gekeken. Hij vraagt in hoeverre het welzijn van de cliënt wordt meegewogen. Mevrouw Spruijt antwoordt dat het welzijn door de cliënt zelf wordt bepaald en aangegeven. Begeleiders en cliënten vullen beide een vragenlijst in er worden gesprekken gevoerd met de cliënten over hun beleving.

7.Advies inzake beleidsregels Beschermd Wonen (licht) verstandelijk beperkten

Vragen en opmerkingen kunnen deze week aan Marissa gemaild worden.

8.Advies oprichting kinderraad

Vragen en opmerkingen kunnen deze week aan Ruud gemaild worden.

9.Privacybeleid ASDGO

Het privacybeleid ASDGO is opgesteld en door de gemeente gecheckt. Er zijn geen vragen en opmerkingen over.

De adviesraad stelt het privacybeleid ASDGO vast.

10.Sollicitatiecommissie

Piet en Marjo zijn aftredend per eind 2018 en niet herkiesbaar. Ruud en Ton hebben besloten om te stoppen. Greet en Marissa zijn aftredend en herkiesbaar. Marissa is bereid om nog een jaar secretaris te blijven, tenzij een nieuwe kandidaat het eerder wil overnemen.

Inclusief de huidige vacature moeten er zes nieuwe adviesraadleden worden gekozen.

Ruud, Greet en Marjo vormen de sollicitatiecommissie.

11.Penningmeester

Het DB stelt voor om Marjo in haar functie als penningmeester voor twee jaar onvervangbaar te verklaren. Hiervoor is besluit van de adviesraad nodig dat de gemeente vervolgens moet goedkeuren.

De adviesraad besluit Marjo van Maurik voor een periode van twee jaar onvervangbaar te verklaren in haar functie als penningmeester.

12.Bijeenkomsten najaar

Gezien de opkomst bij de vorige bijeenkomsten is besloten om dit najaar geen bijeenkomsten te organiseren, maar een enquête met de krant mee te sturen. Dennis heeft een vragenlijst opgesteld. De ASDGO wil daarnaast vloggers inschakelen om burgers te laten vertellen wat er speelt op het eiland.

De enquête is bedoeld om informatie te vergaren over onderwerpen uit het sociaal domein die in de samenleving spelen: wat kenmerkt zich in de dorpen, wat kan beter, wat moet er veranderen op het gebied van wonen, leefbaarheid, zorg en onderwijs? Er komt een aparte vragenlijst voor de jeugd. De gemeente kan helpen bij het maken van een online vragenlijst en ook bij het verwerken van de enquêtes. Ook de dorpsraden worden ingeschakeld voor de uitvoering. Marjo weet dat de gemeente ook regelmatig enquêtes uitzet. Het is dus verstandig om eerst te inventariseren welke informatie al beschikbaar is.

Het DB zal een planning uitwerken. Daarna zal een werkgroep, bestaande uit Marja, Betsy en een DB-lid, de plannen verder uitwerken.

Een gast op de publieke tribune doet de suggestie om er een stageopdracht voor studenten sociologie van de HRo van te maken.

13.Presentatie gemeenteraad

Omdat heel veel organisaties zich al gepresenteerd hebben bij de gemeenteraad, lijkt dit niet meer zo zinvol. Het DB stelt voor om voorafgaand aan elke adviesraad een aantal raadsleden uit te nodigen voor een broodjesmaaltijd om kennis te maken. Daarna kunnen ze de vergadering bijwonen. Marjo heeft dit bij enkele raadsleden geïnventariseerd. Netwerken kan beter voor dan na de vergadering gebeuren. Een broodje eten wordt gewaardeerd, want dan hoeft men tussendoor niet naar huis.

Een aantal adviesraadsleden geven aan dat zij niet altijd vroeger aanwezig kunnen zijn voor een maaltijd. Ruud stelt voor om tijdens of voorafgaand de vergadering enkele prikkelende onderwerpen te agenderen. Wim merkt op dat gemeenteraadsleden erg gebrand zijn op informatie, omdat ze vaak een kennisachterstand op het college hebben. De jeugdraad, adviesraad en cliëntenraad moeten allemaal hun rol pakken door de gemeenteraad te informeren. Greet stelt voor om de vraag “wat weten we van elkaar?” als thema te nemen voor een gezamenlijke bijeenkomst.

Afgesproken wordt om verder na te denken over een geschikte vorm.

14.Onderwerp vergadering februari 2019

Voorgesteld wordt om een jongere uit te nodigen, bijvoorbeeld een dakloze, die tegenover het college zijn verhaal kan vertellen.

Afgesproken wordt dat iedereen nadenkt over een geschikt onderwerp.

15.Rapportage werkgroepen

Dennis meldt dat een ondernemer bij de gemeente heeft voorgesteld om een coffeeshop te openen op Goeree-Overflakkee. De gemeente was hier niet geheel op tegen, maar wilde eerst de voor- en nadelen in kaart brengen. De ondernemer heeft op eigen initiatief flyers opgehangen, zonder afstemming met de gemeente. In deze flyers wordt de strekking van het initiatief niet goed uitgelegd. 

16.Verslag DB d.d. 21 augustus 2018

Het verslag wordt voor kennisgeving aangenomen.

17.Verslag TO d.d. 29 augustus 2018

Het verslag wordt voor kennisgeving aangenomen.

18.Verslag ASDGO d.d. 19 juni 2018

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

19.Rondvraag

Greet nodigt de adviesraad uit voor een werkbezoek bij het praktijkonderwijs op de PM.

20.Sluiting

De vergadering wordt om 22.10 uur beëindigd.

Aanwezig: Cor Hameeteman (voorzitter), Marjo van Maurik, Marissa Tanis, Dennis Graute, Betsy Biemond, Wim Witte, Ton Roos, Sander de Vos, Ruud Bouman, Greet Karssies van Houwelingen, Piet Vervloet, Marja van Maurik-de Munck, Ingrid Wendt (verslag)

Aanwezig als gast/toehoorder/adviseur: dhr. A. Vink (PM), dhr. P. van der Burg (St. MEE), vier toehoorders.

Afwezig met kennisgeving: Diana Nuy-Meijer, Conny v.d. Boogert

Voorzitter: Cor Hameeteman

Secretaris: Marissa Buijs - Tanis



« Terug naar verslagen