Verslag vergadering Adviesraad Sociaal Domein d.d. 11 oktober 2016

1. Opening en mededelingen

De voorzitter opent de eerste vergadering om 19.00 uur en heet de leden van de adviesraad en de gasten op de publieke tribune van harte welkom.

Jantine is ziek, Ton en Jan zijn afwezig in verband met andere werkzaamheden. Roy staat in de file.

2. Presentatie Tom van Yperen

Tom van Yperen werkt bij het NJI en is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Groningen op het gebied van de monitoring van het jeugdstelsel.

In 2010 zat circa 8% van de jeugd, zo’n 250.000 jongeren, in de zorg. In 2000 was dat nog maar de helft. Het SCP schatte in dat de stijging van het zorggebruik zou doorzetten met 6,5% per jaar als het jeugdbeleid niet gewijzigd zou worden.

Het nieuwe jeugdstelsel bevat zowel de basisvoorzieningen die jongeren nodig hebben om gezond op te groeien, als eerstelijnszorg en intensieve jeugdhulp. Basisvoorzieningen zijn onder andere school, sportverenigingen, speeltuinen, culturele organisaties, kinderopvang en stageplaatsen bij bedrijven. Naast de basisvoorzieningen zijn er preventieprogramma’s, zoals de campagne om jongeren niet te laten drinken en voorlichting aan ouders over opvoeding. De eerstelijnszorg omvat screening, signalering en monitoring bij consultatiebureaus, vroege en lichte steun bij consultatiebureaus en het doorverwijzen naar gespecialiseerde zorg. Deze gespecialiseerde zorg kan bestaan uit intensieve jeugdhulp (inclusief ggz en lvb) en de uitvoering van de jeugdbescherming en reclassering.

Het primaire doel van de stelselwijziging is dat er minder intensieve zorg nodig is, doordat de basisvoorzieningen en preventie worden versterkt. Ook is een versterking nodig van de eigen kracht van de jeugd, hun ouders en hun netwerk. Als je tijdens het verlenen van hulp de ouders en kinderen hiertoe handvatten aanreikt, beklijft het resultaat van de zorg beter. Zo worden ze ook minder afhankelijk van de hulp. De eerstelijnszorg wordt versterkt door de inzet van wijkteams. Het secundaire doel is dat er meer samenhang in de hulp ontstaat: één gezin, één plan. Daarvoor is samenwerking met het onderwijs en met het sociale domein (huisvesting, arbeid) nodig. Tot slot moet er meer ruimte zijn voor professionals door een kosteneffectiever stelsel.

Het NJI evalueert het nieuwe beleid. De conclusies tot nu toe zijn dat de transitie de jeugdhulp goed heeft gedaan, dat het nu draait en dat er continuïteit is. De toegang door de wijkteams gaat steeds beter functioneren. Veel cliënten zijn tevreden en veel partijen in het veld steunen de transformatiedoelen.

Er zijn echter ook zorgen. Komt de transformatie wel voldoende op gang? Lukt het om vernieuwend te werken met meer samenhangende hulp? Wordt de preventie voldoende versterkt? Het is nog niet duidelijk wat de kwaliteit van de wijkteams is. Er is weinig zicht op de kwaliteit van de geboden hulp. Cliënten zijn over het algemeen wel tevreden over de wijze waarop ze benaderd worden, maar niet over het resultaat. Ook is niet duidelijk hoe de gemeente sturing moet uitoefenen op de vele voorzieningen die er zijn. Ambtenaren willen zich nog te veel bemoeien met de inhoud van de zorg. Er is nog geen gedeelde visie over de rolverdeling tussen gemeenten en zorgaanbieders. Gemeenten vragen daarom heel veel gegevens op bij de instellingen, wat tot veel bureaucratie leidt. Gemeenten zijn ook afhankelijk van hun partners, zoals het onderwijs, om de problemen adequaat aan te pakken. Tot slot is er enorme druk door de bezuiniging. In tijden van groei in de vraag naar zorg is het stelsel drastisch verbouwd én is er bezuinigd. Een verbouwing betekent normaal gesproken dat je investeert. Doordat er ook nog een nieuwe verdeelsleutel van budget over de gemeenten wordt geïntroduceerd, moeten sommige gemeenten tot maar liefst 20% bezuinigen. Kortom: het is een hele opgave voor de gemeenten.

De gemeenten hebben de opdracht gekregen om het stelsel anders vorm te geven en proberen nu alternatieve projecten te ontwikkelen. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:

Door dit soort projecten worden de basisvoorzieningen versterkt. Geconcludeerd kan worden dat de jeugdhulp er inmiddels staat en dat er veel commitment voor de transformatie is, maar dat er ook veel zorgen zijn. De laatste maanden van 2016 wordt er hard aan gewerkt om de jeugdzorg in 2017 te verbeteren.

Gevraagd wordt of er al zicht is op de groei van probleemjongeren per 2016. Tom van Yperen antwoordt dat inmiddels 350.000 jongeren (0-17 jaar) gebruikmaken van zorg. Dat is een op de tien, maar het cijfer is vervuild door een nieuwe manier van registreren. Sommige zorgvormen, zoals dyslexiezorg dat onder jeugd-ggz valt, worden onterecht meegerekend. Waarschijnlijk is de groei rond de 6,5%, zoals het SCP eerder heeft aangegeven. De vraag naar zorg valt elke keer tegen.

Volgens een van de aanwezigen komen ook veel jongeren in de problemen, doordat de studiefinanciering is afgeschaft. Zij vraagt om welke leeftijd het bij jeugdhulp gaat. Tom van Yperen antwoordt dat jeugdhulp geldt voor 0-17 jaar, met een uitloop tot 23 jaar. Vaak hebben de ouders van probleemjongeren schulden. Armoede en schuldenproblematiek zijn belangrijke factoren bij jeugdhulp. Daarom moet het beleid in samenhang bezien worden. Hij geeft als voorbeeld een alleenstaande moeder met twee kinderen die niet kon rondkomen, de huur niet kon betalen, en uit huis gezet dreigde te worden. De vraag was of de kinderen uit huis geplaatst moesten worden. De gemeente gaf aan dat het slimmer en goedkoper was om tijdelijke een financiële regeling met de woningbouwvereniging te treffen en de moeder toe te leiden naar een baan met inkomen. Dat moet het doel zijn van de decentralisatie. De regievoerder moet zo’n slimme oplossing verzinnen. Problemen gaan vaak over op de volgende generatie. De vraag is hoe dat doorbroken kan worden.

Greet vraagt of er geen grote rol voor de consultatiebureaus is weggelegd in het jeugdstelsel. Volgens Tom van Yperen hebben zij juist een heel belangrijke rol. Zij zien meer dan 90% van de jonge gezinnen. Voor jongeren die ouder zijn dan zes jaar, wordt de rol van de consultatiebureaus echter overschat. Men zegt dat ze deze kinderen in beeld hebben, maar de jeugdgezondheidszorg ziet ze maar heel weinig.

Marissa vraagt naar het snijvlak tussen bezuinigingen en de benodigde investering. Tom van Yperen erkent dat deze combinatie problematisch is. Het betekent dat je een verbouwing uitvoert, zonder enig budget. Je kunt niet over de materialen beschikken die je nodig hebt. Dat is in veel gemeenten een probleem. Er staat ook enorme druk op de afbouw van de gespecialiseerde voorzieningen. Gemeenten kopen minder gespecialiseerde zorg in, terwijl de bedoeling was dat er tijdelijk juist meer zorg aan de voorkant ingekocht zou worden.

Marjo stelt dat één regisseur op één gezin leuk klinkt, maar dat er in de praktijk met heel veel anderen overlegd moet worden, voordat een beslissing genomen kan worden. Tom van Yperen erkent dat de regisseur voldoende mandaat moet hebben om te beslissen. Hij moet niet helemaal op eigen houtje werken, maar wel kunnen beslissen. Verder is het de vraag welke informatie achter de schermen kan worden uitgewisseld, bijvoorbeeld met de school en huisarts. De privacyregel maakt dat lastig. Als de school wil overleggen met de regisseur of met het CJG, kan het beste eerst contact opgenomen worden met de ouders om toestemming te vragen.

Wim vraagt of er in de opleiding tot leerkracht/docent aandacht wordt besteed aan het herkennen van gedragsproblemen. Volgens Tom wordt er wel geleerd om gedragsproblemen te herkennen, maar niet om ze op te lossen.

Cor vraagt of het probleem van niet-gedeelde visies tussen gemeenten en de professionele sector te wijten is aan de gemeenten. Tom van Yperen zegt dat hij gemerkt heeft dat gemeente wel visie heeft, maar dat de wijze van sturing in de professionele sector een probleem is. Dat is deels gebrek aan ervaring. Leidinggeven aan hoog opgeleide professionals is heel lastig en vraagt om een bepaalde stijl van leidinggeven. Een visie is belangrijk, maar wat vooral goed werkt is inhoudelijke doelen wat je wilt verbeteren af te spreken en professionals aan te spreken op hun rol in het traject. Overal vraagt men zich af wat een leider is die erin slaagt om grote transformaties te laten voltrekken. Gemeenten zijn geneigd om in moeilijke situaties in de controlerol te schieten, maar ze moeten het proces juist loslaten en zich alleen focussen op het resultaat. Daarvoor hebben ze nieuwe instrumenten nodig. Het houdt onder andere in dat er andere manieren van publieke verantwoording moten komen. Nu bestaan die vaak uit rapporten en cijferoverzichten, maar voor deze verandering zijn elementaire cijfers en een focusgesprek met belangrijke betrokkenen nodig.

Ruud vraagt hoe de genoemde projecten tot stand zijn gekomen. Wie neemt het initiatief? Volgens Tom van Yperen is dat heel uiteenlopend. School2Care is door een jeugdzorginstelling en het onderwijs geïnitieerd. Alert4You is door een aantal wetenschappers en professionals opgezet. Hij mist de innovatieve drive bij beroepsorganisaties. De gezondheidszorg is bijvoorbeeld veel innovatiever.

De voorzitter dankt Tom van Yperen hartelijk voor zijn bevlogen verhaal. 

3. Inspreken gasten

Niemand heeft zich aangemeld voor het spreekrecht.

4. Rondvraag

Gevraagd wordt of de presentatie van Tom van Yperen op de site beschikbaar komt. Dat gebeurt, alsook het verslag van de vergadering. [actiepunt 16-04]

5. Vaststelling agenda

De adviesraad heeft de Evaluatie sociale vitaliteit 2015-2016 niet ontvangen. Dit onderwerp wordt dus van de agenda gehaald. De inkomende en uitgaande post wordt ook geschrapt, omdat Wim geen tijd heeft gehad om de post rond te sturen.

6. Vaststellen huishoudelijk reglement Adviesraad Sociaal Domein Goeree-Overflakkee

De kilometervergoeding is aangepast.

Het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld.

7. Landelijk onderzoek gemeenten in verband met Wmo

Uit het onderzoek over hulp bij het huishouden komt naar voren dat de zorgaanbieder de omvang van de hulp bepaalt op Goeree-Overflakkee. Dat is niet toegestaan, aldus de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

8. Bijeenkomsten één jaar decentralisatie zorg

Inmiddels zijn er twee informatieavonden over mantelzorg, thuiszorg, jeugdzorg en participatie geweest. Helaas was er beide keren maar een klein aantal bezoekers. Op 31 oktober is de laatste bijeenkomst in Ouddorp. Marissa had veel contacten uitgenodigd, maar hoorde van velen dat zij zoiets niet op zo’n korte termijn kunnen inplannen. Veel organisaties werken met jaarplanningen. Afgesproken wordt dat een samenvatting van de eerste twee avonden als persbericht wordt verstuurd aan de lokale media. [actiepunt 16-05]

9. Terugkoppeling bezochte vergaderingen en bijeenkomsten

10. Vaststelling verslag adviesraad d.d. 30 augustus 2016

Tekstueel
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

Naar aanleiding van
Er zijn geen opmerkingen naar aanleiding van het verslag.

Actielijst
Graag aandacht voor het evalueren van adviezen.

De actielijst is bijgewerkt.

11. Verslag DB d.d. 27 september 2016

Het verslag wordt voor kennisgeving aangenomen.

12. Verslag Technisch Overleg d.d. 5 oktober 2016

In het TO is gevraagd waarom op de gemeentelijke website staat dat het zorgloket niet bereikbaar is. Dit zou komen door een systeemfout waaraan gewerkt wordt. Marissa vraagt hoe lang dat nog gaat duren, want de fout bestaat al meer dan een jaar.

Het verslag wordt voor kennisgeving aangenomen.

13. Sluiting vergadering

De voorzitter sluit de vergadering om 20.30 uur.

De volgende vergadering wordt gehouden op 6 december 2016.

Aanwezig: Cor Hameeteman (voorzitter), Wim van der Kamp, Marissa Tanis, Marjo van Maurik, Sylvia Verwijs, Greet Schaap, Piet Vervloet, Ruud Bouman, Ingrid Wendt (verslag)

Aanwezig als spreker: Ton van Yperen

Als gast is aanwezig: de heer G. Sangers (Cliëntenraad Participatiewet), de heer W. Witte (Cliëntenraad Participatiewet), de heer D. Graute (zorgboerderij Ooltgensplaat), mevrouw L. den Eerzamen.

Afwezig met kennisgeving: Roy de Haan, Jantine de Kuijper, Ton Roos, Jan Oomkes

Voorzitter: Cor Hameeteman

Secretaris: Wim van der Kamp

 

 

 



« Terug naar verslagen