De voorzitter opent de vergadering om 19.05 uur en heet de leden en de gasten op de publieke tribune van harte welkom. Een speciaal welkom voor de gasten aan tafel, de heren Wittekamp en Van Nimwegen van de gemeente en mevrouw Hersbach van Stichting MEE, de medewerkers van de gemeente die op de publieke tribune zitten, en de overige gasten op de publieke tribune.
Marissa is afwezig vanwege een studiedag. Gerrie is verhinderd wegens drukke werkzaamheden.
Niemand maakt gebruik van het spreekrecht.
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
Vera Hersbach, teamleider MEE, licht het nieuwe jeugdstelsel toe dat per 1 januari 2015 door de gemeente moet worden uitgevoerd. De gemeentelijke visie op het jeugdbeleid is dat jeugdigen kansen moeten krijgen om zich te ontwikkelen en naar vermogen mee te doen in de samenleving en dat dit zo veel mogelijk lokaal georganiseerd wordt. De zorg wordt dus zo veel mogelijk lokaal aangeboden, en wordt pas opgeschaald als het echt nodig is. De gemeente laat professional bepalen wie welke zorg nodig heeft. Voor de opgeschaalde zorg sluit Goeree-Overflakkee aan bij Rotterdam-Rijnmond.
Als jeugdproblemen worden gesignaleerd, wordt het JOT, Jeugd Ondersteunings Team, ingeschakeld. Het JOT gaat de jeugdzorg voor de gemeente regisseren en bestaat uit MEE Zuid-Holland, Trivium Lindehof, Stek, Lucertis, Bureau Jeugdzorg, Flexus Jeugdplein en het basis- en voortgezet onderwijs. Als er naast jeugdproblemen ook andere zaken in een gezin spelen, zet de gemeente de gezinsregisseur in. Deze bepaalt samen met het gezin welke zorg er nodig is als de collectieve voorzieningen niet voldoen. De gezinsregisseur richt zich op alle problemen die in een gezin kunnen voorkomen. Hij is een gemeenteambtenaar die processen in gang zet, zoals het aanvragen van een uitkering of het inzetten van hulpverlening. Indien nodig, kan hij besluiten om het JOT in te schakelen. In het begin zal het voor de gemeente spannend zijn om te bepalen of een casus thuishoort bij het JOT of bij de gezinsgeneralist. Als er op meerdere terreinen problemen zijn binnen een gezin, komt de casus bij de gezinsgeneralist terecht. Het doel is dat in een gezin slechts één hulpverlener de regie voert. Deze persoon schakelt gespecialiseerde professionals in als dat nodig is.
Het JOT stelt een integraal ondersteuningsplan op, biedt crisishulp en schakelt de regionale zorgmarkt in. Daarnaast speelt het een rol bij het innoveren van de zorg.
Het gemeentelijk beleid is klaar, maar de uitvoering vergt nog veel slagen en zal niet voor 1 januari gereed zijn. Een aandachtspunt is de eerste telefonische screening bij het klantcontactcentrum (KCC). De gemeente heeft mensen bij het KCC in dienst die wel doorvragen, maar niet op dit specifieke onderwerp. Afgesproken is dat de KCC-medewerkers cliënten direct naar het JOT doorverwijzen, als blijkt dat het om problemen met jeugd gaat. Mensen van het KCC lopen momenteel stage bij MEE om te leren welke vragen ze moeten stellen of efficiënt door te verwijzen.
De structuur van het JOT en de gezinsregisseur is nog onduidelijk. Er moet gemonitord worden hoe de taakverdeling tussen deze twee functies wordt ervaren. Vera Hersbach adviseert de Wmo-Adviesraad om input te zoeken bij de cliënten om te horen hoe de werkwijze wordt ervaren. Alle professionals moeten leren om gekanteld te werken. Nu heeft iedereen zijn eigen specialisme. Deze vakkennis moet behouden blijven, maar een ieder moet breder kijken naar de problematiek van de cliënt en niet alleen focussen op zijn eigen vakgebied. Ze moeten in staat zijn om cliënten door te verwijzen naar collega's. De mensen zijn nieuwsgierig naar de nieuwe werkwijze, maar zijn ook nog geneigd om de oude stijl te blijven hanteren. Voor JOT-medewerkers is het een uitdaging om op de nieuwe manier met de professionals te gaan samenwerken. Nu wordt nog veel vanuit de eigen organisatie en het eigen productaanbod uitgegaan, terwijl dit meer klantgericht moet worden door in een gezin te kijken wat er aan de hand is en men zich niet beperkt tot het probleem waarvoor een gezin hulp vraagt.
Aandachtspunten voor de gemeente
Bij de gezinsregisseurs is nog beperkte kennis aanwezig over jeugd. Ze worden geschoold op dit onderwerp, maar moeten nog ervaring opdoen. De gemeente heeft het als aandachtspunt, maar het kost tijd voordat dit allemaal goed zal verlopen, terwijl het een doelgroep is waarbij je je niet kunt permitteren om fouten te maken.
Op landelijk niveau is de discussie ontstaan of de gemeente uitvoerende taken moet oppakken, of zich moet beperken tot het verstrekken van subsidies. Volgens MEE is de gemeente GO deels uitvoeringsorganisatie, omdat gezinsregisseurs een actieve rol spelen in de gezinnen. De gemeente stelt echter dat ze alleen de regie voert, en eindverantwoordelijk is, maar dat ze niet in het gezin opereert. Klachten die niet door de professionals worden afgehandeld, komen bij de gemeente terecht. Dat alle informatie bij de gemeente terechtkomt, kan spannend zijn, omdat er in een kleine gemeenschap altijd bekenden bij de gemeente werken. Sommige cliënten zijn daarom bang voor schending van hun privacy.
Ook het borgen van de privacy is een aandachtspunt. De wet schrijft voor dat je bij het CBP moet melden dat je gegevens uitwisselt met andere partijen. De gemeente vindt dat cliënten op de hoogte moeten zijn van deze uitwisseling. Als ouders geen toestemming geven, wordt het lastig. Bij een conflict van plichten is het in bepaalde gevallen alsnog mogelijk om informatie te delen op basis van het recht op veiligheid van het kind, maar dit is wel ingewikkeld.
Het is nog niet duidelijk welke jeugdhulp is ingekocht. Halverwege 2014 zijn de inkoopprocessen gestart via de GR Rotterdam-Rijnmond. Nu wordt pas duidelijk wat iedereen heeft ingekocht. Dit moet nog in een productenboek worden verwerkt. De gemeente gaat de komende tijd op zoek naar producten die goed werken en zal deze in het vervolg (extra) inkopen. De gemeente heeft een digitale sociale kaart ingekocht waarin alle informatie verwerkt is.
-Het KCC is bij weinig burgers bekend. De gemeente heeft enige weken geleden een uitgebreide katern in de lokale kranten gepubliceerd, maar neemt de opmerking dat het niet duidelijk is waar mensen informatie kunnen krijgen, mee als aandachtspunt.
-Algemene informatie over (jeugd)hulp in de krant, is misschien niet zinvol. Als mensen geen hulp nodig hebben, lezen ze zoiets niet. Op het moment dat iemand hulp nodig heeft, moet hij heel snel een ingang vinden.
-Cliënten zitten al lange tijd te springen om informatie, terwijl die nu pas beschikbaar komt. Mensen worden ongerust omdat de nieuwe Jeugdwet per 1 januari 2015 al in werking treedt.
-De samenwerking tussen de gezinscoach en het JOT is bij de inzet van bovenregionale producten of drang/dwang erg belangrijk. De gemeente gaat een lokaal jeugdbeschermingsplein opzetten dat de toeleiding wordt voor drang- en dwangmaatregelen. Drang kan worden toegepast als er al hulpverlening is ingezet, maar de deur wordt dichtgegooid. De inzet verloopt via het jeugdbeschermingsplein. Als de hulpverlening stagnatie signaleert, meldt hij dit en wordt bekeken of drang ingezet moet worden en zo ja, hoe. Een team van specialisten wordt samengesteld die in het gezin aan de slag gaat. Dwang is een rechtelijke maatregel, die zo veel mogelijk voorkomen moet worden. Ook de inzet van dwang verloopt via het jeugdbeschermingsplein. Het wordt gelinkt aan het JOT.
-Op de vraag of het JOT ook in overleg met de scholen treedt, omdat deze een belangrijke signaleringsfunctie hebben, wordt geantwoord dat de gemeente met het VO al uitvoerig heeft gesproken. Bij schooloverstijgende problemen wordt naar het JOT verwezen. In het PO zijn de problemen nog minder ernstig. Er wordt nu nagedacht over de manier waarop de hulpverlening hier ingezet kan worden.
De gemeente heeft een klankbordgroep van ouders opgericht waarin besproken wordt welke knelpunten in het systeem men ervaart, hoe het toeleidingsproces verloopt, of men goed geholpen wordt en of de hulp goed op gang komt.
Afgesproken wordt dat een handout van de sheets wordt verspreid.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Bij de rondvraag, punt 4: "Summers" moet zijn: "Sangers".
Het verslag wordt met inachtneming van deze opmerking vastgesteld.
De actielijst is bijgewerkt.
Het verslag wordt voor kennisgeving aangenomen.
Klaas vraagt naar de stand van zaken over Tzorg. De voorzitter meldt dat bij het vorige TO geen ambtelijk medewerker aanwezig was, maar dat de Wmo-Adviesraad op actie heeft aangedrongen, omdat hij veel klachten heeft ontvangen dat de zorg niet goed verliep. De wethouder heeft de kritiek aangehoord en zou deze doorgeven aan de betreffende ambtenaar.
Jan vindt de antwoorden over Tzorg onbevredigend. De wethouder had gewoon goede antwoorden moeten geven. Hij noemde als mogelijkheid het overstappen naar een ander zorgaanbieder. Dat is een vreemde uitspraak, want de meeste cliënten weten helemaal niet dat dit kan en hoe dat moet. Volgens de voorzitter is dit ook in het overleg besproken. Aad heeft de indruk dat het onderwerp prioriteit heeft bij de wethouder. De gemeente gaat een spreekuur houden om klachten te inventariseren. De transitie zal zeker een halfjaar voor veel ellende zorgen. De gemeente geeft echter aan dat ze niet heel veel problemen verwacht.
Jan vraagt over punt 5 wat wordt bedoeld met de uitspraak dat de deskundigheid van de raad uitgebreid zal moeten worden. De voorzitter antwoordt dat dit gaat over het nieuwe model waarover nog in de Wmo-Adviesraad gediscussieerd moet worden. In het nieuwe model staat dat de raad deskundigheid moet hebben op meer terreinen dan nu het geval is, zoals op het gebied van participatie. Hoe deze kennis moet worden binnengehaald, wordt later besproken. Het betekent niet automatisch dat er nieuwe leden met expertise aangetrokken worden, het is ook mogelijk om professionals uit te nodigen in de vergadering.
Het verslag wordt voor kennisgeving aangenomen.
Geen bijzonderheden.
Jan vraagt of de adviezen van de Wmo-Adviesraad via de griffie aan de gemeenteraad worden verstuurd. Wim antwoordt dat ze via het algemene e-mailadres aan de gemeente worden gestuurd, en gericht zijn aan het college van B&W en aan de gemeenteraad.
De procedure is dat de Wmo-Adviesraad zijn advies uitbrengt aan het college van B&W. Het college dient het bij de ingekomen stukken op de gemeenteraadsagenda te plaatsen. In uitzonderlijke gevallen wordt een advies rechtstreeks naar de griffie gestuurd, bijvoorbeeld als een onderwerp op de raadsagenda staat en de Wmo-Adviesraad zeer kort hiervoor het advies uitbrengt. Wim controleert regelmatig of de adviezen naar de gemeenteraad worden doorgestuurd.
De Wmo-Adviesraad gaat akkoord met het advies Huishoudelijke Hulp Toeslag.
De Wmo-Adviesraad gaat akkoord met het advies beleidsregels Wmo en het besluit Maatschappelijke ondersteuning 2015.
De Wmo-Adviesraad heeft vier bijeenkomsten over mantelzorg georganiseerd. Het aantal bezoekers was zeer wisselend. In Ouddorp waren er 30-35 personen, in Oude-Tonge circa 20, in Middelharnis 25-30 en in Dirksland 20-25. Het werd zeer op prijs gesteld dat de bijeenkomsten verspreid waren over de kernen. Het aantal daadwerkelijke mantelzorgers viel wat tegen, er waren veel deelnemers namens instellingen. De Wmo-Adviesraad heeft desondanks redelijk veel input ontvangen. Inmiddels heeft de Wmo-Raad een ongevraagd advies opgesteld voor het college. Bij elke bijeenkomst is een aantal mantelzorgers uitgenodigd om volgende week bijeen te komen om het advies te bespreken. Daarna wordt het in de Wmo-Adviesraad gepresenteerd.
Piet complimenteert de opstellers. Het is goed dat het advies begint met het uitgangspunt voor de Wmo-Adviesraad. Zo zouden alle adviezen moeten beginnen.
Klaas merkt op dat de term 'wijk' niet duidelijk gedefinieerd is. Mark legt uit dat 'woonwijken' worden bedoeld, maar dat die overal een eigen schaal hebben. De gemeente moet kijken hoe ze een woonwijk levensloopbestendig kan maken. Hiervoor zijn praktische adviezen opgenomen. Soms kan een advies voor een hele kern gelden, maar in grotere kernen zijn meerdere faciliteiten nodig.
De Wmo-Adviesraad gaat akkoord met het advies over levensloopbestendig wonen.
Jan licht namens de sollicitatiecommissie de stand van zaken toe. Vijf mensen hebben gesolliciteerd op basis van de advertentie en zijn uitgenodigd voor een gesprek. Op basis van de brieven en de gesprekken komt de commissie tot de aanbeveling om mevrouw S. Verwijs en mevrouw G. Schaap-van Houwelingen voor te dragen met het verzoek deze aanbeveling door te geleiden aan het college. De overige drie kandidaten hebben een afwijzing ontvangen. Daarnaast adviseert de commissie om Jantine de Kuijper formeel voor te dragen als lid van de Wmo-Adviesraad.
De kandidaten stellen zich voor. Sylvia Verwijs komt uit Rotterdam, en is 30 jaar woonachtig op Goeree-Overflakkee. Ze werkt als hoofd opleidingscentrum bij St. Zuidwester, waar zij met gehandicaptenzorg en met onderwijs te maken. Daarnaast is zij mantelzorger voor haar vader van 84 jaar. Ze heeft gemerkt dat er veel onrust bij ouderen is ontstaan over de nieuwe Wmo en de huishoudelijke zorg. Dat is aanleiding geweest om te solliciteren naar het lidmaatschap van de Wmo-Adviesraad. Greet Schaap werkt als docent Praktijkonderwijs bij CSG-PM, waar ambulante begeleiding, participatiewet en schuldhulpverlening onderwerpen zijn waarmee zij te maken heeft. Bovendien gaat zij met haar leerlingen naar Nieuw Rijsenburgh om voor hen stage- en werkplekken te vinden in de ouderenzorg.
Besloten wordt dat beide voordrachten aanvaard worden. De Wmo-Adviesraad zal het college voorstellen om hen te benoemen als lid. Ook Jantine de Kuijper zal formeel worden voorgedragen.
Het definitieve jaarplan is nog niet opgesteld, omdat gewacht wordt op input van de nieuwe leden. Er is al wel een voorlopige opzet gemaakt. Aandachtspunten zijn: verslavingszorg, het keukentafelgesprek en het polsen van burgers. Verder is Participatie als onderwerp toegevoegd. De Wmo-Adviesraad moet immers gaan adviseren over alle transities die onder het sociaal domein vallen. Voor Participatie kan een werkgroep opgesteld worden. Tot slot wil het DB graag meer informatie publiceren, waaronder een nieuwe flyer voor mantelzorgers en vrijwilligers.
Afgesproken wordt dat iedereen het jaarplan voor de eerste vergadering van 2015 aanvult met de doelen die in 2015 gerealiseerd dienen te worden.
Klaas vindt dat de begroting niet strookt met de plannen en doelen die in het jaarplan zijn opgenomen. Als de gemeente het waard vindt wat de Wmo-Adviesraad doet, zou ze het budget moeten verhogen.
Aad merkt op dat er in ieder geval niet gekort is op het huidige budget. In de begroting is aangegeven welke zaken volgend jaar gerealiseerd kunnen worden. Door de kosten voor de flyer en het organiseren van bijeenkomsten, wordt het budget overschreden, maar deze kosten kunnen gefinancierd worden vanuit de reserves. Als blijkt dat het in contact treden met de burger en het uitdragen van Wmo-zaken meer geld kost, moet de nieuwe penningmeester in de loop van 2015 contact opnemen met de gemeente.
Marjo en Paula worden benoemd tot kascontrolecommissie. Jantine is reserve.
Afgesproken wordt dat Aad begin 2015 zijn taken overdraagt aan de nieuwe penningmeester. Dan kan meteen de kascontrole worden uitgevoerd.
De Wmo-Adviesraad gaat akkoord met het vergaderschema.
a.Mantelzorg
b.Vrijwilligersbeleid
De werkgroep heeft geïnformeerd naar een incompany training over vrijwilligersbeleid. De kosten voor een studiedag met compacte behandeling van thema’s kost € 250 per deelnemer. De offerte wordt doorgestuurd aan de leden. De werkgroep komt daarna met een voorstel.
c.Verslavingszorg
Klaas meldt dat in de werkgroep nog wordt uitgewerkt welke actie ondernomen kan worden op de subsidiekorting die de gemeente doorvoert op de inzet van de veldwerker, terwijl de leeftijd van de doelgroep is verhoogd tot 26 jaar. De Wmo-Adviesraad kan hier echter weinig aan doen, want dit is een zaak voor de gemeenteraad. Afgesproken wordt dat de Wmo-Adviesraad zijn bezorgdheid uit tegen het college.
d.Jeugdzorg
Jantine meldt dat de werkgroep eens per zes weken overleg voert met de gemeente over jeugdzorg. De gemeente heeft tot nu toe de vragen van de werkgroep goed beantwoord.
e.Levensloopbestendig wonen
In januari/februari zal de werkgroep een afspraak maken met de wethouder om het ongevraagd advies mondeling toe te lichten en te vragen of de Wmo-Adviesraad meer betrokken kan worden bij het opstellen van de Woonvisie.
-Piet en Wil wonen de gesprekken over Hulp bij Huishouden bij. In de praktijk blijkt het keukentafelgesprek een groot probleem, terwijl dit cruciaal is voor goede hulp. De mensen die het gesprek moeten voeren, brengen dit niet tot een goed einde. De pilot bestrijkt slechts een klein stukje van het veld. Dit leek eenvoudig, maar het viel erg tegen. Cliënten worden ongerust. De gemeente houdt een tevredenheidsonderzoek, maar daarin komen de signalen die Piet en Wil opvangen, niet terug. Besloten is om de uitslag af te wachten en deze in de pilot te bespreken.
-Mark en Cor zijn naar het Nationaal Dementiezorg Congres geweest. Mark heeft de adviezen over wonen deels verwerkt in het ongevraagde advies.
-Jan is naar een bijeenkomst over ouderenmishandeling geweest in Dirksland. Ontspoorde mantelzorg mondt vaak uit in ouderenmishandeling. De zes generalisten van de gemeente werden hier voorgesteld.
-Klaas is bij de bijeenkomst over mantelzorg van de Wmo-Adviesraad zelf, geweest.
De voorzitter benadrukt dat het een druk jaar is geweest waarin de Wmo-Adviesraad zeer veel adviezen heeft uitgebracht. Vanuit de gemeente heeft hij diverse malen te horen gekregen dat de adviezen zeer gewaardeerd worden. Binnenkort zou eens geëvalueerd moeten worden wat er met de adviezen is gebeurd en in hoeverre ze consequenties hebben gehad voor het gemeentelijk beleid.
De voorzitter dankt Jane, Klaas en Aad voor hun inzet in de afgelopen jaren. Als blijk van waardering overhandigt hij een bos bloemen. In januari wordt officieel afscheid van hen genomen.
Jane, Klaas en Aad danken de leden voor de prettige samenwerking. Klaas benadrukt dat het fijn is dat het college en de gemeenteraad aangeven dat zij de advisering waarderen, maar dat het belangrijk is om te monitoren in hoeverre de adviezen invloed hebben op het gemeentebeleid. Aan ziet veel gedrevenheid in de Wmo-Adviesraad, die tegelijk met twee benen op de grond staat. Jane wenst de Wmo-Adviesraad veel wijsheid toe.
-De heer Van der Boom zou het op prijs stellen als de Wmo-Adviesraad al zijn adviezen rechtstreeks aan de griffie stuurt, geadresseerd aan de gemeenteraad.
-De heer Den Eerzamen is een trouwe gast bij de vergaderingen en spreekt zijn waardering uit voor de wijze waarop de Wmo-Adviesraad in 2014 heeft gefunctioneerd. Het is bovendien goed dat er jonge mensen bij zijn gekomen met kennis van zaken.
De voorzitter sluit de vergadering om 21.17 uur.
Aanwezig: Cor Hameeteman (voorzitter), Wil Noteboom, Klaas van de Ketterij, Marjo van Maurik, Paula van Moorsel, Aad den Hertog, Jane van Dongen, Jan van Gurp, Wim van der Kamp, Piet Vervloet, Mark Logtenberg, Ruud Bouman, Jantine de Kuijper, Ingrid Wendt (verslag)
Als gast zijn aanwezig: mw. S. Verwijs (aspirant lid Wmo-Adviesraad, mw. Schaap-Van Houwelingen (aspirant lid Wmo-Adviesraad), dhr. M. van der Boom (gemeenteraadslid), W. den Eerzamen, R. van Dongen (echtgenoot van Jane), mw. Van Bokhoven (gemeente GO), mw. A. van Es (gemeente GO), dhr. Wittekamp (gemeente GO), dhr. Van Nimwegen (gemeente GO), mw. Hersbach (St. MEE).
Afwezig met kennisgeving: Marissa Tanis en Gerrie Jansen
Voorzitter: Secretaris:
Cor Hameeteman Wim van der Kamp