Bewaak evenwicht vrijwilligers en professionals

Al worden vrijwilligers steeds belangrijker in de zorg, de gemeente dient ervoor te waken dat het evenwicht tussen vrijwilligers en professionele krachten in stand blijft. Een professionele kracht dient altijd de verantwoordelijkheid te hebben over het werk van de vrijwilliger. Contracten van vijf jaar met bedrijven worden in de zorg als te lang beschouwd. Een driejarig contract, met verlenging na gebleken tevredenheid werkt beter: het houdt de ondernemers scherp. Dat zijn enkele eisen die de Wmo-Adviesraad Goeree-Overflakkee stelt bij nieuwe aanbestedingen in de zorg. Dat die er in groten getale aankomen, is duidelijk nu staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) heeft aangegeven volgens welke uitgangspunten de zorgbehoeftigen in het nieuwe stelsel vanaf 2015 worden beoordeeld. Allereerst wil Van Rijn benadrukken wat mensen nog wél kunnen, wat hun sociale netwerk voor hen kan betekenen en wat de financiële mogelijkheden zijn van mensen die ondersteuning nodig hebben. Slechts voor wie niet voor zichzelf kan (laten) zorgen, biedt de overheid ondersteuning of passende zorg. ‘De overheid’ is in dit geval de gemeente, want die gaat vanaf 2015 over de uitvoering van de AWBZ. “De staatssecretaris heeft daar 25 procent van afgehaald, het wordt echt minder,” aldus Mariëtte Teunissen, adviseur van het landelijk programma Aandacht voor Iedereen, dat de Wmo-Adviesraden, lokale en regionale belangenbehartigers helpt bij de veranderingen in de AWBZ en de zorginkoop.

De Wmo-Adviesraad, als verstrekker van niet-bindende adviezen aan de gemeente, houdt nauwlettend in de gaten welke nieuwe zorgcontracten de gemeente gaat afsluiten en onder welke voorwaarden. Een bijeenkomst over de veranderingen in de AWBZ, 26 november in Middelharnis, was bedoeld om van de cliëntenraden in de gemeente te horen waarop een Programma van Eisen bij een nieuwe aanbesteding in de zorg moet worden beoordeeld. Cliëntenraden van verschillende instellingen op het eiland waren aanwezig, evenals Bureau Jeugdzorg, het Cliëntenplatform Goeree-Overflakkee, zorgboerderij Geusje’s Stee uit Oude-Tonge, een gebruikster van Gemiva in Middelharnis en een ruime vertegenwoordiging van de Wmo-Adviesraad zelf. 

Een aantal door Teunissen aangegeven aandachtspunten bij de beoordeling van Programma’s van Eisen leidden tot wat discussie. Als een cliënt eenmaal ondersteuning krijgt, dient er continuïteit in de hulpverlening te zijn, stelde zij. “Soms moet je juist wisselen na een half jaar, om gewenning te voorkomen,” stelde Corry Kersten van de cliëntenraad van Zorgcentrum Geldershof in Dirksland. Een heel andere vorm van continuïteit kan juist riskant zijn, waarschuwde Jan van Gurp van de Wmo-Adviesraad. “Contracten van vijf jaar vind ik veel te lang.” Hij wees daarbij op afspraken met bedrijven, die onder het motto ‘de poen is binnen’ weleens zouden kunnen kiezen voor een wat al te gemakkelijke oplossing. Vervoersbedrijven die bijvoorbeeld in het laatste jaar van hun contract niet meer investeren, zouden met een stok achter de deur weer tot de orde geroepen moeten worden. Teunissen: “U zegt dus: in plaats van één contract van vijf jaar kies ik voor drie jaar met na gebleken geschiktheid een verlenging met nog eens twee of drie jaar.” 

Olga van Dijk, vertegenwoordiger van de bijstandsgerechtigden in de regio, kreeg de vraag hoe zij aankijkt tegen het verplicht laten werken van deze WWB’ers. “Als mensen zonder begeleiding een opdracht zouden krijgen, zou ik daar problemen mee hebben. Wij zijn absoluut voorstander van re-integratie. Maar je kunt niet zomaar mensen ergens op afsturen, daar hoort meer aan vast te zitten, waarbij ik denk aan opleiding en begeleiding.” Een bedrijf dat er speciaal is om mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ aan de slag te houden of weer aan de slag te krijgen, is Webego in Middelharnis. “Wat nu vaak gebeurt, is dat de Wwb’ers te horen krijgen: “ga werken, dat is goed voor je re-integratie. Als dat is omdat mensen van de WSW (de sociale werkplaats) hun werk niet af krijgen, heeft niemand daar een probleem mee. Dan komen ze zonder morren een paar weken werken. Maar als het is onder het mom van: nu ben je aan het re-integreren, voelt het anders.”

Hoekschewaardse Ilse Overbeeke, die een gehandicapt kind op kinderdagcentrum De Regenboog in Middelharnis heeft zitten en daarom als cliënt van Gemiva/SVG aanwezig was, sprak haar ongerustheid uit over de steeds grotere rol van vrijwilligers in de zorg. “Ik hoop dat de grens tussen de vrijwilligers en de professionals zeker in de zorg bewaakt blijft. Je kunt niet altijd als vrijwilliger een professional vervangen. Het zien aankomen van een epileptische aanval vraagt iets meer van iemand dan reguliere zorgverlening” Paula van Moorsel (Wmo-Adviesraad) erkende het probleem dat steeds meer werk wordt overgenomen door vrijwilligers. “Er moet bij elke zorginstelling een vrijwilligersbeleid komen. Ik weet dat Gemiva daar druk mee bezig is, inclusief de scholing.” Maar hoe verwoordt de Wmo-Adviesraad die opdracht aan de gemeente? “Een vrijwilliger moet altijd onder verantwoordelijkheid van een professional werken,” gaf Wim van der Kamp, secretaris van de adviesraad als voorzet. “Of die professional er altijd bij moet zijn, is een tweede, maar hij blijft verantwoordelijk.”

 



« Terug naar nieuws