Ter bestrijding van armoede onder kinderen heeft het ministerie van Sociale Zaken structureel 100 miljoen extra beschikbaar gesteld aan gemeenten. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld naar rato van het aantal kinderen dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen. Voor Goeree-Overflakkee betekent dit jaarlijks een bedrag van € 135.297 bovenop de reeds bestaande financiële middelen.
Het Rijk heeft met de VNG afspraken gemaakt met betrekking tot de besteding van de middelen. Gemeenten dragen zorg voor voorzieningen in natura in samenwerking met relevante fondsen en stichtingen, zodat alle kinderen kunnen meedoen op school, aan sport, cultuur en sociale activiteiten. Kinderen dienen actief te worden betrokken bij de vormgeving van hun aanpak. De bestuurlijke afspraken op een rij:
In 2017 start een publiekcampagne om zowel kinderen als ouders die met armoede te maken hebben en mensen in de omgeving van deze gezinnen te informeren over het plan ‘Kansen voor alle kinderen’.
Een kindpakket is een samenhangend pakket van initiatieven en regelingen gericht op kinderen die geconfronteerd worden met (de gevolgen van) armoede. Het kindpakket kenmerkt zich doordat producten en/of diensten in natura worden verstrekt en het pakket eenvoudig toegankelijk is voor zowel ouders als kinderen. Tevens is er de mogelijkheid om derden, zoals ondernemers en maatschappelijke organisaties, te betrekken bij het kindpakket.
Er zijn verschillende varianten voor een kindpakket. Welke invulling voor een gemeente past is afhankelijk van diverse factoren, waaronder politiek-bestuurlijke context, beschikbare financiën, omvang van de doelgroep, cultuur etc.
1. Bestuurlijk kindpakket:
2. Informatief kindpakket
3. Activerend kindpakket
Gemeenten willen grip houden op de uitvoer van het armoedebeleid. Een te grote afhankelijkheid van organisaties maakt de gemeente als regisseur erg kwetsbaar. De uitvoering van het kindpakket kan worden georganiseerd:
Bij het bestuurlijk kindpakket en het informatief kindpakket is geen aanpassing nodig in de wijze van uitvoering.
Het activerend kindpakket vraagt de aanwezigheid van een (kleine) uitvoeringsorganisatie. Taken van deze organisatie moeten al vroeg gedefinieerd worden om een keuze te maken door wie deze taken het beste uitgevoerd kunnen worden. Het activerend kindpakket vraagt de meeste inspanningen op financieel en organisatorisch vlak, alsmede een meerjarig commitment van de bestuurders. Draagvlak moet worden gevonden bij participanten, zoals maatschappelijke organisaties en ondernemers. Belanghebbenden moeten op tijd worden betrokken in het ontwikkelproces. Het activerend kindpakket biedt de meeste mogelijkheden om maatschappelijk resultaat te boeken.
De inrichting en de communicatie zijn cruciale factoren voor het bereik van de doelgroep;
De inhoud van het kindpakket moet voldoende aansluiten bij de behoeften van de doelgroep. Bij aansluiting behoefte zal het bereik / gebruik toenemen.
Intermediaire organisaties zijn belangrijk om het bereik te stimuleren. Actief via deze organisaties te communiceren kan stimulerend zijn voor het kindpakket. Social media wordt voor dergelijke voorzieningen nog nauwelijks gebruikt, terwijl kinderen / jongeren zeer actief zijn op social media. Een betere benutting van social media kan leiden tot een groter bereik van de doelgroep.
Ook aandacht voor maatschappelijke participatie tieners:
Aanbod Stichting ZIJN
Uitjes: maatschappelijk middenveld. Ieder jaar naar Efteling is niet nodig, ook andere gezinnen doen dergelijke uitgaven niet. Welke mogelijkheden wel?
2015
Omvang en samenstelling doelgroep armoedebeleid
Welke voorzieningen voor kinderen zijn aanwezig?
Toegang tot regeling op basis van beleid bijzondere bijstand (110%)
Beleidsregel bijzondere bijstand G-O 2015
Schoolbenodigdheden - I-pad
Reiskosten school
Kosten schoolreisje, excursies en werkweken middelbare school max € 250 per jaar
Computer
Verordening sportieve en culturele participatie kinderen G-O
Deelname sport en/of culturele vereniging (€ 250 p.j.). doelgroep 125% sociaal minimum
Andere inkomensondersteunende voorzieningen gemeente
Bijzondere bijstand
Individuele inkomenstoeslag
Kwijtschelding gemeentelijk belastingen
Collectieve en aanvullende ziektekostenverzekering (120%)
Reguliere middelen binnen bijstandsbudget
Artikel 35 Participatiewet: bijzondere bijstand
Geen recht op bijstand bestaat als een belanghebbende een beroep kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening.
De vrijlating van middelen (artikel 31 lid 2 Participatiewet en artikel 34 lid 2 Participatiewet) zijn niet van toepassing bij bijzondere bijstand.
1. Doen de kosten zich voor?
2. Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk?
3. Vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden?
4. Kunnen de kosten worden voldaan uit de aanwezige middelen?
Iedere aanvraag bijzondere bijstand moet individueel worden getoetst aan de omstandigheden van het geval. Pas als sprake is van uit bijzondere omstandigheden voorvloeiende noodzakelijke kosten, komt het college toe aan beantwoording van vraag 4.
Het college heeft beoordelingsvrijheid bij de vraag of de kosten kunnen worden voldaan uit de draagkracht (“naar het oordeel van het college” in artikel 35 lid 1 Participatiewet). Het college kan zelf bepalen welk deel van het inkomen en vermogen als draagkracht wordt meegenomen.
Bijstand kan in de vorm van natura worden verstrekt (artikel 57 Participatiewet).
Informatieverzameling herijking armoedebeleid
Armoede is een beladen begrip, dat nadere afbakening verdient omdat het anders een containerbegrip wordt en de situatie van personen met weinig financiële middelen dramatiseert. Van echte armoede is sprake wanneer de primaire levensbehoeften in gevaar komen door een plotselinge inkomensachteruitgang of schulden. Inwoners die een inkomen hebben tussen de 100% en 120% van de toepasselijke bijstandsnorm en goed gebruik maken van de landelijke toeslagen en gemeentelijke minimaregelingen moeten de primaire levensbehoeften voldoende kunnen financieren. Armoede ligt vooral op de loer als er verkeerde bestedingsbesluiten worden genomen of zich een onverwachte inkomensachteruitgang voordoet. Die inkomensachteruitgang ontstaat meestal door ingrijpende gewijzigde persoonlijke omstandigheden (werkloosheid, te laag inkomen uit eigen bedrijf, scheiding, zwakke gezondheid of verslaving). Hierdoor ontstaan betalingsachterstanden die al snel structureel worden.
De definitie en afbakening van armoede is noodzakelijk om de voorzieningen goed in te richten voor de juiste doelgroep.
Mensen met problematische schulden hebben geen bestedingsruimte en leven in armoede. De noodzakelijke uitgaven komen in gevaar en men loopt risico’s op allerlei gebied (van gezondheid tot isolement). Kinderen zijn in deze situaties extreem kwetsbaar. Armoede is daarbij een complex van elkaar (negatief) versterkende factoren. Ze hebben betrekking op inkomen en schulden, maatschappelijke participatie, opleidingsniveau, gezondheid, zelfredzaamheid, wonen en leefomgeving. Zonder hulp is het risico op een toekomst van structurele armoede zonder perspectief groot.
Het beste minimabeleid is het realiseren van een betaalde baan. Het gebruikmaken van minimaregelingen is in feite faciliterend om met minder zorgen en meer perspectief stappen naar werk te kunnen zetten.
Voor het aanbod heeft overleg plaatsgevonden met de voorzitter van de FOGO. Uit dit gesprek kwam naar voren dat je vooral de ondernemersverenigingen vanuit de detailhandel moeten hebben (OVO (Ouddorp), City Center (Middelharnis/Sommelsdijk), Ooltgensplaat, Den Bommel). Ondernemersvereniging Stellendam
Het valt niet altijd mee om ondernemers te activeren. Ze staan er voor open, maar in beweging krijgen is een andere zaak. Dus nadenken over hoe ondernemers mee te krijgen is belangrijk. Bijvoorbeeld om wethouder aandacht te laten geven aan deelname ondernemer is goed. Iedere ondernemer wil “traffic”, ook al besteden ze niet veel in de winkel.
Juist de eilandelijke ondernemers aanspreken is juist goed.
Het werken in natura zal gaan volgens een soort vouchersysteem, hiervoor is het lastig om met landelijke ketens te werken. Zou je dit via het ministerie moeten regelen?
Met de directeur van de SRGO heeft overleg plaatsgevonden over het aanbod van de SRGO voor kinderen uit huishoudens met een minimum inkomen. Gesproken is over de mogelijkheid om het zwemdiploma A voor een vastgesteld tarief te kunnen aanbieden in het kader van het kindpakket. De vergoeding vanuit het jeugdparticipatiefonds sport en cultuur is onvoldoende om in de kosten van een zwemdiploma A te kunnen voorzien. De kosten van een zwemdiploma A bedragen circa € 80,00 per 6 weken. Een gemiddeld traject voor het behalen van het A-diploma duurt gemiddeld een jaar. Kunnen zwemmen kan worden beschouwd als een noodzakelijke basis in de opvoeding van een kind.
SRGO zal komen met een voorstel voor een aanbod voor het behalen van het A-diploma tegen een vaste prijs. Daarnaast zullen zij tevens komen met een aanbod voor A-B-C. Aangegeven wordt, dat alleen het behalen van het A-diploma eigenlijk onvoldoende is.
Het behalen van het B en C diploma is echter over het algemeen een korter traject en wellicht wel te bekostigen vanuit de vergoeding van het jeugdparticipatiefonds.
De SRGO is tevens verzocht na te denken over andere voorzieningen die voor de doelgroep zou kunnen worden aangeboden. Denk hierbij aan het beschikbaar stellen van kaarten van evenementen (bv de kerstparty) tegen een gereduceerd tarief. De website van het kindpakket kan hiervoor gebruikt worden om de doelgroep te bereiken. SRGO is intern zich al aan het beraden op activiteiten voor de doelgroep 12-18 jaar, om de participatie te vergroten.