Vanaf 1 januari 2014 konden patiënten voor kortdurend herstel na een ziekenhuisopname niet meer naar een verzorgingshuis. Doordat de zorgindicatie ZZP3 vanaf die datum was afgeschaft, ontstonden ook problemen in de doorstroom vanuit ziekenhuizen. Staatssecretaris Van Rijn heeft dit nu aangepast. Kortdurende herstelzorg in verzorgingshuizen wordt vanaf half februari weer mogelijk voor maximaal 3 maanden. Het gaat om een tijdelijke maatregel, voorlopig alleen voor 2014.
Van Rijn gaat er wel vanuit dat het aantal patiënten dat daadwerkelijk een beroep zal doen op intramurale herstelzorg flink daalt. Nieuw aanbod in combinatie met mantelzorg moet er voor zorgen dat circa 300 van de 700 patiënten die tot voor kort maandelijks van ziekenhuis naar verzorgingshuis gingen voortaan wel naar huis kunnen worden ontslagen.
Tot 1 januari 2014 konden mensen na een ziekenhuisopname een indicatie krijgen voor kortdurend herstel in een verzorgingshuis. Eind 2013 waren dat ongeveer 700 tot 1.000 mensen per maand. Zij kregen doorgaans een indicatie voor zorgzwaartepakket 3: lichte herstelzorg. Het gaat dan om mensen die intensieve verzorging en begeleiding nodig hebben, bijvoorbeeld een oudere met een gebroken arm die niet meer zelf naar het toilet kan en zichzelf niet kan verzorgen. Doordat mensen per 1 januari niet naar een verzorgingshuis konden, bleven zij langer in het ziekenhuis. Of mensen moesten zelf betalen voor zorg in een verzorgingshuis of zorghotel. Dit blijkt echter niet in alle gevallen een afdoende oplossing. Volgens zorgorganisaties zijn veel mensen alleenstaand en hebben een laag inkomen. Voor hen was er dus geen passende zorg.
Vanwege het bovenstaande heeft ActiZ al maanden - samen met de beroepsvereniging V&VN - bezwaar gemaakt tegen het afschaffen van kortdurende herstelzorg, met deze aanpassing als resultaat. ActiZ blijft de komende tijd in gesprek met het ministerie van VWS over kortdurende herstelzorg, want ook na 2014 moet er een passende oplossing zijn voor deze groep. In de Kamerbrief onderschrijft de staatssecretaris dat in samenhang met alle plannen rondom de hervorming van de langdurige zorg gekeken moet worden of, en zo ja, welke acties er nodig zijn bij het regelen van de zorg voor mensen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen.